Het project "Complementaire Ziekenweerbaarheid" heeft voor de samenwerkende bedrijven Orgaworld, Averis Seeds en HZPC Holland een duidelijke bijdrage geleverd in de verbetering en identificatie van biostimulatoren in compost samen met ontwikkeling van aardappel-kweekmateriaal.
Dit project heeft een bijdrage geleverd aan de beheersing en bestrijding van de belangrijkste aardappelziekten wratziekte, aardappelmoeheid en phytophthora, in Noord Nederland met afspiegeling naar andere teeltgebieden. Door de introgressie van nieuwe resistentiegenen is de verwachting, dat een toename van de duurzaamheid van oude en nieuwe resistentiebronnen optreedt. De combinatie met in dit project nieuw gedefinieerde aardappelcysten en phytophthora isolaten kan daarbij helpen. De successen die in de huidige aardappelveredeling geboekt zijn bij de bestrijding aardappelmoeheid tonen aan dat het gebruik van resistente rassen het toepassen van chemische gewasbescherming sterk kan terugdringen. Het toedienen van compost met diverse biostimulatoren heeft in dit project niet een eenduidig resultaat opgeleverd, maar verder onderzoek kan zeker tot interessante ontwikkelingen leiden.
De productieverbeteringen die bij compostproductie met diverse biostimulatoren is gehaald is beduidend. Daarnaast is op kwaliteit en stabiliteit van de biostimulatorencompost voor teeltondersteuning resultaat geboekt. De toepassing van biostimulatorencompost strekt zich naast aardappelteelt zeker uit naar andere gewassen en een hoogwaardige teelt van uitgangsmateriaal in de tuinbouw. Naast dit project zijn in de tuinbouw goede resultaten behaald in het terugdringen van ziekten en bevorderen van de groei. De behaalde afname van de Rhizoctonia solani sclerotia index in pootaardappel- en Broccoli teelt liet zich helaas niet vertalen in resultaten wat betreft wratziekte en phytophthora in dit project. De behaalde reductie in aantal Meloidogyne hapla nematoden in de bodem en bijbehorende wortelknobbel index in Hosta en Phlox lieten zich eveneens niet vertalen in positieve resultaten wat betreft aardappelmoeheidaantasting.
Dit project heeft plaatsgevonden in de periode 2003-2008. Een periode van vijf en een half jaar is in de plantenveredeling een korte termijn. Voor het kweken van een ras uit hoogwaardig kweekmateriaal is al gauw een selectieperiode van 10-15 jaar nodig. Indien een uitbreiding met het gebruik van wilde aardappelsoorten noodzakelijk is, is een verdubbeling van deze periode zeker niet onwaarschijnlijk. Dit project en het resultaat daarvan moet dan ook gezien worden als een bijdrage aan een lange termijn benadering, waarvan het uiteindelijke doel is het toepassen van resistentie in de aardappelteelt. Het zal leiden tot een duurzame teelt in combinatie met een verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen. Het behalen van dit lange termijn resultaat is echter al lang geleden in gang gezet en iedere tussentijds behaald resultaat kan direct worden ingezet om ook de huidige aardappelteelt op een rendabele manier in stand te houden.
DIT PROJECT IS MEDE GEFINANCIEERD DOOR HET SAMENWERKINGSVERBAND NOORD-NEDERLAND, EZ/KOMPAS, MET ONDERSTEUNING VAN HET MINISTERIE VAN LNV.
Voor meer actualtiteiten zie "Actueel"